Examentraining

Uit Spelregels voor tafelarbiters

Initieel was het idee voor deze (standaard)-Wiki (oftewel kennisdatabase) om de kennis opgedaan bij het geven (en nemen) van de CLB-cursus niet verloren te laten gaan. Zo had een lijst met adviezen had tot betere examenresultaten geleid.

Onderstaand staan wat adviezen.

Allereerst, 1) Lees goed wat de vraag is. Als gevraagd wordt: "In welke van onderstaande gevallen past de WL Neuberg toe?", dan moet je niet aankomen met de formule van Neuberg, want dat wordt niet gevraagd. Als de formule goed is, levert je het geen punten op, maar als het fout is mogelijk wel aftrekpunten.

Dus 2) je geeft alleen daar antwoord op. Geef je een verhaal ernaast, of geen antwoord op de vraag, dan kan je daar niet mee scoren, en als het fout is levert het mogelijk zelfs aftrekpunten op. Hoe moet dit?

Voorbeeldvraag: een jager ziet 100 meter in het oosten een beer. De jager schrikt en loopt 100 meter naar het noorden, terwijl die beer achter hem aan gaat. Dan bedenkt hij dat hij een geweer bij zich heeft. Hij stopt met rennen en schiet precies naar het zuiden, recht door het hart van de beer. Wat is de kleur van de beer?
Antwoord: Wit.

Meer hoeft echt niet. (Nou ja, nog wel een subartikelnr vermelden nog). Vraag goed lezen en alleen dat beantwoorden. Je zou hebben kunnen schrijven dat de jager beter naar zijn hut kunnen vluchten om zijn geweer niet te hoeven gebruiken om zo de natuur beter te beschermen. Waar. Ook zou je hebben kunnen vermelden dat, geometrisch gesproken, de jager nu alleen recht door het hart van de beer kan schieten als hij zich precies hartje noordpool bevindt, want alleen daar wijzen alle richtingen in het zuiden, en dus alleen daar is de beschreven situatie mogelijk. Ook dat is waar. En ja, op de noordpool leven alleen ijsberen. Ook allemaal waar, maar dat wordt niet gevraagd dus dat ga je ook niet vermelden. Uit het gegeven antwoord blijkt dat je die conclusies zelf allemaal al getrokken had. En deze algemeenheid geldt niet alleen voor dit CLB-examen, maar dat geldt voor alle examens.

3) "Begin met die examenvragen waar je het meest van denkt te weten". Dat zullen meestal de spelregelvragen zijn, en daar is ook nog eens het meest mee te verdienen.

4) geef het juiste subartikelnummer. Als er bijv. een vraag komt over wat de WL beslist na een onvoldoende bod, dan is vermelding van art.27 niet genoeg. Dat het onvoldoende bod art. 27 is, dat weet iedereen wel. Je moet zeggen dat je het probleem behandelt via (bijv.) 27B1a.

5) Bij het nakijken van de diverse proefexamens is het opvallend hoe vaak er geen beslissing wordt vermeld. Men schrijft gewoon het toepasselijke artikel over. Het zal aan mij liggen dat ik niet duidelijk genoeg geweest ben in wat er in zo'n antwoord verlangd wordt, maar een artikeltekst overschrijven is NIET de bedoeling. Natuurlijk geef je wel het toepasselijke subartikelnummer, ok, de meeste van jullie doen dat meestal ook goed maar als het daarbij blijft is dat compleet onvolledig.

Wat is dan wel de bedoeling? Stel, de vraag is: "OW spelen een -contract. Noord troeft A af met 5, en speelt daarna H. West roept de WL. (Op H gaat iedereen kunnen bekennen). Wat beslist de WL?"

Je kunt nu niet volstaan met als antwoord: "63A1, 64A1" en verder niks. Dat is op zich wel correct, maar je er wordt een beslissing van je gevraagd.

Stel dat je voor deze situatie aan tafel wordt geroepen, en je prevelt: "63A1, 64A1", je draait je om en je loopt weg.

Die tafel blijft in complete verbijstering achter!

Dàt is dus niet wat er van een WL wordt verlangd. Ergo, je moet zeggen wat je beslist voor die specifieke situatie. Dit is het goede, volledige antwoord:

"63A1. De verzaking wordt voldongen met het spelen van H, het spelen gaat verder en (64A1) NZ dragen aan het eind 2 slagen over.".

Dàt is een beslissing en ook de motivatie is wel nodig. Je past immers 64A1 toe omdat de verzaking voldongen is en niet 62 (herstel van een verzaking). Op het examen wordt verlangd dat je de artikelen weet te vertalen naar de situatie aan tafel.

Bijvoorbeeld, als er in het artikel staat dat de overtredende partij "een voorspeelbeperking kan krijgen", dan kan je dat aan tafel zo niet zeggen. De OP krijgt in die specifieke situatie een voorspeelbeperking opgelegd of krijgt dat niet. Jij bent WL en leg jij die voorspeelbeperking nu wel op of niet? Indien wel, wat zeg je dan precies? Ben je aan tafel geroepen en je zou zeggen "De partner van de overtreder kàn een voorspeelbeperking opgelegd krijgen" dan weten ze aan tafel vaak niet eens wie de overtreder is, en dus ook niet wie de partner van de overtreder is, of die voorspeelbeperking er komt of niet, wat zulks inhoudt en dus wat de leider eventueel zou kunnen doen.

Ergo je schrijft in je beslissing (bijv. als wel aangeduid werd in het reguliere biedverloop, Noord leider wordt en West de overtreder was): "26B. Noord kan Oost bij de uitkomst verbieden om of ♠, of of ♣ te spelen, welk verbod van kracht blijft zolang Oost aan slag blijft". Oftewel, je vertaalt de toepasselijke regels uit het Spr.-boekje voor de spelers aan tafel naar hun spelsituatie. Dus

6), op het examen is dàt wat men wil zien, zien of jij de Spr. kan vertalen naar maatregelen te nemen in een specifieke situatie.

Ander voorbeeld. als "16C van toepassing kan zijn", dan schrijf je niet "16C" of "16C kan van toepassing zijn" maar je zegt in je beslissing dat je aan tafel vertelt dat "Het feit dat West V heeft, is OI voor zuid en GI voor OW (16C)". Het toepasselijke artikelnr. noemen is prima, uitstekend zelfs, maar je moet de consequenties voor die situatie vermelden.

Op zo'n examen wordt er niet van je verlangd het boekje over te schrijven. Jij bent WL en jij moet een beslissing nemen, en artikel(en) toepassen op de spelsituatie.

Wat beslist de WL? Dàt wordt gevraagd, daar geef je antwoord op.

Hope this helps...